In Droves
Black Map zet de bas op In Droves ver vooraan. Ben Flanagan, gitarist Mark Engles en drummer Chris Robyn bouwen hun songs rond stevige grooves, zware gitaarpartijen en heldere zangmelodieën. Het spel is zelfverzekerd en de arrangementen hebben veel kracht. De vraag is of er genoeg afwisseling is om die aanpak een heel album te laten dragen.
Na de korte introductie Transit I maakt Run Rabbit Run een overtuigend begin. De ritmesectie stuwt de song voort. De gitaar voegt er gewicht en sfeer omheen toe. Hier klinken de sterke punten helder: directe alternatieve rock van muzikanten die hun afzonderlijke partijen goed laten samenwerken.
Foxglove maakt de bas nog belangrijker. Het donkere gevoel komt uit de manier waarop de beweeglijke lage partij de gitaarklanken ondersteunt, in plaats van ze alleen te verdubbelen. Heavy Waves heeft een grootsere, meezingbare vorm. Ruin vergroot de urgentie. Deze songs gebruiken het gezamenlijke geluid goed zonder elk arrangement hetzelfde te maken.
Later komen interessantere afwijkingen. Indoor Kid geeft de bas opnieuw een actieve rol. No Color antwoordt met hardere gitaren. White Fence zoekt meer sfeer en laat ruimte rond het zware materiaal. Robyns drums blijven een belangrijke verbinding tussen de directe songs en de uitgebreidere ideeën.
De verschillen zijn alleen soms kleiner dan het verloop nodig heeft. Just My Luck en Cash For The Fears zijn vakkundig geschreven, maar veranderen de richting weinig. De drie korte Transit-stukken suggereren een bredere sfeer. Ze lossen het gevoel van herhaling in de hoofdsongs nauwelijks op.
In Droves geeft het meest terug in afzonderlijke delen. De basgerichte arrangementen, Engles' gitaarklanken en de sterke ritmesectie geven de beste tracks karakter. Als volledige reeks blijft de plaat te vaak bij dezelfde stemming en hetzelfde tempogebied. Black Map heeft het vakmanschap om dit geluid overtuigend te maken. Een strengere songselectie zou het album als geheel scherper vormen.
