Pretty. Odd.
De harmonieën geven Panic! at the Disco op Pretty. Odd. een ander zelfvertrouwen. Veel elektronische urgentie maakt plaats voor akoestische gitaar, orkestkleur en pop uit de jaren zestig. De verandering is groot, maar enthousiasme voor een direct aantrekkelijke melodie herken je nog.
Nine in the Afternoon slaagt het duidelijkst. Het ritme veert, de stemmen sluiten natuurlijk aan en het arrangement kleurt zonder de melodie te verbergen. De ontspanning ontbreekt vaak in de hectische muziek van de band. Hier maakt ze de vrolijke vreemdheid uitnodigend.
That Green Gentleman (Things Have Changed) is vergelijkbaar direct, met heldere gitaren en een sterk refrein. She's a Handsome Woman voegt een eigen gitaarlijn toe. Piano antwoordt met een detail. Het album is vaak het best wanneer het arrangement als pratende muzikanten werkt.
When the Day Met the Night gebruikt blazers bijzonder goed. Ze laten de song naar het refrein groeien. De orkestratie hoort bij de vaart. Northern Downpour geeft een zacht middelpunt. De melodie heeft genoeg gevoel om de ongewone taal te overleven.
Die taal kan ook afstand maken. Songs verzamelen mooie beelden zonder helder emotioneel doel. Versierde passages in She Had the World en The Piano Knows Something I Don't Know bewonderen soms hun eigen decoratie. De Beatles-invloed is zo duidelijk dat het eigen bandkarakter eronder kan verdwijnen.
Toch maken warmte en melodische gulheid het experiment de moeite waard. Mad as Rabbits sluit af met levendige stemuitwisseling en plezier in samenspelen. Pretty. Odd. overtuigt niet in elk detail. De beste songs zijn zo licht dat hun zorgvuldige bouw makkelijk onopgemerkt blijft.
