English Electric Part Two

English Electric Part Two

Big Big Train werkt zijn combinatie van progrock, folkdetails en orkestkleur op English Electric Part Two zelfverzekerd verder uit. De verhalen keren terug naar Engelse arbeidersgemeenschappen en een veranderend landschap. De muziek geeft energiek spel én rustige beschouwing ruimte. Het is een zorgvuldig gearrangeerde plaat met enkele ongelijke momenten.

East Coast Racer opent indrukwekkend. Piano introduceert het stuk voordat bas en drums veel meer beweging geven. Strijkers en koper verbreden het arrangement en ondersteunen David Longdons zang in plaats van ermee te wedijveren. De lange vorm laat de song ontwikkelen. Tempowisselingen houden het verhaal actief.

Swan Hunter pakt het zachter aan. Het koper voegt warmte toe aan een song over een scheepsbouwgemeenschap. Verdriet is daardoor niet de enige kwaliteit. Ook Worked Out vindt iets persoonlijks binnen een breder verhaal over de werkende wereld. Een rustige opening leidt naar actiever spel op gitaar, fluit en toetsen.

Leopards is een kleiner, direct liefdeslied tussen de grote stukken. De zachte klank biedt een nuttige pauze, al maakt de song minder indruk dan het materiaal eromheen. Het album overtuigt meer wanneer een sterk melodisch idee alle extra instrumenten een duidelijke reden geeft om aanwezig te zijn.

Keeper of Abbeys keert terug naar een ingewikkelder arrangement. Vooral de gitaar werkt goed. Een plotselinge folkpassage maakt de naden tussen de secties alleen beter hoorbaar. The Permanent Way loopt vloeiender en verbindt bekende muzikale ideeën met orgel en gesproken versregels.

Curator of Butterflies eindigt als een expressieve ballad. Strijkers en zang maken het slot zacht. Toch zou het verloop mogelijk strakker voelen als The Permanent Way had afgesloten. Beide songs hebben schoonheid. De vraag is hoeveel ruimte de plaat voor die laatste stemming nodig heeft.

Meestal brengt English Electric Part Two gedetailleerd vakmanschap in balans met songs die een duidelijk emotioneel doel hebben. De zachte stukken en af en toe een onhandige overgang beperken de constante kwaliteit. De beste arrangementen, vooral het grote openingsstuk, laten nog steeds horen hoeveel leven Big Big Train in deze bekende stijl kan brengen.