In the Shadow of the Holy Mountain
De beste songs op In the Shadow of the Holy Mountain halen energie uit kleine ritmische veranderingen en stemmen die elkaar aanvullen. Blind Pilot houdt zijn zachte, melodieuze identiteit vast. De arrangementen boeien het meest wanneer ze daar wat beweging omheen creëren. Israel Nebeker klinkt nog steeds warm en direct. Een andere stem die hem antwoordt, maakt de songs vaak opener.
Brave heeft een steviger, sneller ritme en profiteert van het contrast met het rustige Jacaranda. De puls geeft richting zonder geforceerd te klinken. Pocket Knife omlijst een kwetsbaardere zangpartij met banjo en warme bas. De arrangementen zijn bescheiden, maar de keuzes geven de songs iets eigens. Don't You Know werkt bijzonder goed doordat de wisseling tussen Nebeker en Kati Claborn de melodie iets van een gesprek geeft.
Verderop brengt One Drop opnieuw welkome ritmische vaart. Na minder uitgesproken passages geeft dat de plaat meer richting. Coming Back is een aantrekkelijke pianoballad, maar de ingetogenheid maakt minder indruk dan het sterkste materiaal. Ook Faces of Light heeft een doordachte sfeer zonder een melodie te vinden die genoeg blijft hangen. Door het gelijkmatige temperament komen verschillende gevoelens met ongeveer hetzelfde gewicht aan. Wat meer wrijving in de arrangementen had de verschillen duidelijker gemaakt.
Bitter Water en Believe Me geven het slot meer eigenheid. Het eerste heeft een aantrekkelijke, eenvoudige gitaarklank. Het tweede zet oprecht gevoel voorop. Het einde laat horen dat de band nog altijd meer kan bereiken dan prettige achtergrondmuziek. De plaat is ongelijkmatig, maar de betere momenten hebben een duidelijke menselijke aanwezigheid. Het werkt vooral wanneer een ritmische wending of tweede stem de warmte tot een uitwisseling maakt, in plaats van alleen tot sfeer.
