Smash

Smash

The Offspring klinkt zwaar, ook met een popmelodie. Op Smash hebben de gitaren ruw, stevig gewicht. Dexter Hollands hoge stem duwt daartegenin zonder veel om elegantie te geven. Daardoor voelt de plaat dreigender dan de aanstekelijke refreinen suggereren.

Come Out and Play toont het duidelijk. De kronkelende leadfiguur en gesproken onderbrekingen geven een eigen gezicht. Het stop-start-ritme geeft elke melodie ruimte. De song blijft makkelijk hangen zonder muzikaal leeg te worden. De spanning past ook bij het geweld in de woorden.

Self Esteem haalt kracht uit langzamere beweging en een ongemakkelijke verteller. Holland klinkt gevangen tussen een probleem toegeven en er weer een excuus voor vinden. Het grote refrein lost die zwakte niet op. Dat geeft de song emotionele scherpte. Gotta Get Away maakt onrust op een vergelijkbare manier direct en fysiek.

Buiten de bekende tracks laten Nitro (Youth Energy) en Genocide de snellere kant horen. De gitaarfiguren zijn eigen genoeg om de snelheid betekenis te geven. De band balanceert geschreeuwde zang goed met partijen die om antwoord vragen.

De tweede helft is ruwer en nodigt minder meteen uit. So Alone maakt kort een woedend punt. What Happened to You? brengt een lichter skaritme. Niet elke verandering overtuigt evenveel. Algemene boosheid is soms minder interessant dan de specifieke problemen van Self Esteem. De plaat kan in denken net zo bot zijn als in klank.

Het titelnummer geeft het slot een sterk middelpunt. De onafhankelijkheidsverklaring past bij het spel. Smash haalt zijn kracht uit wrijving tussen toegankelijke songs en schurende uitvoering. De melodieën halen je binnen. Holland zorgt dat je niet te comfortabel zit.