Sing the Sorrow

Sing the Sorrow

Het gezamenlijke gezang aan het begin van Sing the Sorrow klinkt als een uitnodiging met voorwaarden. AFI zet al voor de eigenlijke songs een grote, donkere wereld neer. Het album is levendiger dan die plechtige entree doet vermoeden. Er is snelheid, melodische helderheid en bereidheid om de zorgvuldig opgebouwde sfeer weer te verstoren.

The Leaving Song, Pt. 2 geeft het begin een felle krachtstoot. Davey Havok schakelt tussen cleane lijnen en een harde aanval. Jade Pugets gitaar geeft die wisselingen vorm. De band kan agressie ordenen zonder voorzichtig te klinken.

Girl's Not Grey laat dat het directst horen. Het snelle tempo en heldere refrein nodigen uit. De woorden en zang houden de donkere identiteit vast. Het middendeel voegt genoeg spanning toe om de laatste terugkeer te laten werken. Het is een uitstekende popsong van materiaal met nog steeds ruwe kanten.

Silver and Cold neemt meer tijd. De ingehouden coupletten zetten het contrast met het refrein neer. Death of Seasons is onrustiger en brengt elektronica in een song met ook enkele van de hardste passages. De overgang is niet naadloos. Juist dat ongemakkelijke raakvlak geeft karakter.

Soms lijken productie-effecten meer bezig met een stemming vasthouden dan met een song ontwikkelen. De sombere taal kan ook vaag worden. Dan moet de uitvoering betekenis geven aan woorden die weinig duidelijk maken. Havoks overtuiging lost dat vaak op, maar niet elk dramatisch gebaar heeft hetzelfde gewicht nodig.

Dancing Through Sunday herinnert aan de snelheid en precisie van de band en snijdt door de zware sfeer. This Celluloid Dream biedt Havok elders nog een sterke melodische route. Sing the Sorrow werkt doordat de verschillende kanten elkaar vruchtbaar onderbreken. AFI geeft ruimte aan een groter geluid en houdt genoeg wrijving over om de songs erin te laten leven.