Billy Talent II

Billy Talent II

Devil in a Midnight Mass twijfelt nergens aan. De opener van Billy Talent II zet een gespannen gitaarfiguur naast de scherpe stem van Ben Kowalewicz. De overgangen tussen fluisteren en schreeuwen horen bij het arrangement. Het klinkt gedisciplineerd en een beetje gevaarlijk. Dat is voor deze band een goede combinatie.

Red Flag is de directere meezinger. Het stevige drumpatroon en de antwoordende stemmen laten het refrein als een gezamenlijke uitroep klinken. Ian D'Sa houdt de gitaar rond de melodie actief. This Suffering geeft het begin een derde sterk nummer. De bredere rockmelodie past er goed bij het hardere spel.

Het middendeel beweegt beheerster. Worker Bees krijgt gewicht uit de bas en een marsritme. Pins and Needles geeft de zang meer ruimte om teleurstelling neer te zetten. Die verandering helpt, al onderscheiden de rustige songs zich niet altijd even sterk als de snelle. Kowalewicz kan zelfs terughoudendheid als een inspanning laten klinken.

Fallen Leaves vindt bijzonder goed een ander soort energie. De herhaalde gitaarfiguur en het heldere refrein hebben genoeg eigenheid om het grimmige onderwerp zonder overmatige uitleg te dragen. Surrender is nog zachter. De harmonieën tonen hoeveel melodieuze warmte onder de gebruikelijke scherpe rand zit.

Op Where Is the Line? overtuigt het contrast minder. De kritiek op muzikale mode is duidelijk. De vertrouwde songvorm maakt het betoog alleen minder onthullend dan de band bedoelt. Soms wordt een krachtige uitspraak verward met een volledig uitgewerkt punt.

De laatste nummers krijgen weer meer richting. The Navy Song draagt zijn gewicht met een gestaag ritme. Burn the Evidence eindigt met genoeg tempowisselingen om de ambitie te laten horen. Billy Talent II is wat wisselvallig. De sterkste tracks tonen een groep die kan groeien zonder het scherpe gitaarwerk en de zanguitwisselingen van het eigen karakter te verliezen.