Billy Talent
Ben Kowalewicz heeft geen stem die naar de achtergrond verdwijnt. Op Billy Talent kan zijn hoge, schurende zang bijna onredelijk klinken, vooral wanneer hij naar een schreeuw duwt. De band maakt van dat mogelijke probleem een belangrijke karakterbron. De songs zitten vol spanning en de stem hoort daarin thuis.
Ian D'Sa's gitaarspel is net zo eigen. Hoekige figuren, abrupte veranderingen en goed geplaatste gaten laten één gitaar als verschillende botsende partijen voelen. Try Honesty is het duidelijkste voorbeeld. Het openingsidee groeit naar een groot vraag-en-antwoordrefrein zonder de lastige randen glad te maken.
River Below verplaatst de stemuitwisselingen naar de coupletten en krijgt een nerveus gespreksritme. Line & Sinker vindt een vergelijkbare balans tussen een harde entree en een direct te volgen melodie. De achtergrondstemmen geven Kowalewicz iets om tegenin te duwen. Hij leidt een band en schreeuwt niet over een anonieme opname.
The Ex is een directere uitbarsting. De eenvoud werkt doordat het spel alert blijft. De woorden zijn minder interessant wanneer ze in vertrouwde wrok blijven hangen, maar de muziek laat ze zelden passief worden. Jon Gallants bas en Aaron Solowoniuks drums geven vaste vorm onder de onrustige gitaar.
De grootste beperking is ook de duidelijkste kracht. De zang en voortdurende onrust vragen veel. Sommige songs benaderen verschillende onderwerpen met dezelfde alarmstand. Meer verschil in emotionele druk zou kleine details ruimte geven.
Nothing to Lose verandert dat op een belangrijke manier en laat het verhaal van isolement beheerster groeien. Voices of Violence sluit daarna sneller en scherper af. Billy Talent is opvallend zelfverzekerd doordat melodieën en ruwheid elkaar helpen. De toegankelijke songs verliezen niet de nerveuze persoonlijkheid die ze herkenbaar maakt.
