Bloom

Bloom

Het zachte begin van Bloom voelt als de start van iets groters. Jim Grey zingt warm boven akoestische gitaar en laat kleine details tellen. De geleidelijke komst van zwaar geluid groeit natuurlijk uit die intimiteit. Caligula's Horse maakt het gevoel duidelijk voordat de volle kracht verschijnt.

Marigold geeft die kracht een memorabele vorm. De zware gitaarfiguren hebben een eigen ritme, terwijl Grey er melodisch iets anders boven legt. Sam Vallens solo voegt expressie toe zonder de richting te veranderen. Het spreekt meteen aan en beweegt genoeg om het refrein niet de enige reden voor aandacht te maken.

Firelight laat de melodie door toegankelijker schrijven dragen. Gitaardetails voegen kleur toe zonder voortdurend aandacht op te eisen. Dragonfly ontwikkelt meer stemmingen. Reflectie en zwaar spel volgen de groeiende emotionele spanning en geven de lange vorm een doel. Het is een van de volledigste songs doordat het spel op het gevoel blijft reageren.

Rust confronteert meer, met een ritmesectie die de harde delen fysiek maakt. Turntail geeft een directer refrein zonder instrumentaal gewicht kwijt te raken. Daarmee wisselt de plaat van schaal. Grey zingt soms wel zo voortdurend groot dat emotionele pieken te veel op elkaar lijken voor de verschillende onderwerpen. Daughter of the Mountain geeft weer een breder perspectief door reflectie en kracht te laten wisselen.

Undergrowth eindigt rustig. Na de grote arrangementen laat die kleinere setting stem en melodie de laatste indruk maken zonder nog een dramatische klim. Bloom is zelfverzekerd doordat de ambitie op expressieve songs rust. Techniek maakt de muziek flexibeler, maar Marigold en Dragonfly zouden met hun melodieën alleen al iets overbrengen. Zwaarte wordt hier een emotionele reactie. Dat geeft de plaat haar blijvende waarde.