Dissonance Theory
Met 32 jaar tussen twee studioalbums krijgen luisteraars alle tijd om te bedenken hoe een band zou moeten klinken. Coroner lijkt niet van plan om aan al die verwachtingen te voldoen. Dissonance Theory brengt het technische spel en de complexe ritmes terug, met een zwaardere klank en genoeg heldere songs om de terugkeer te laten slagen.
Consequence laat goed horen hoe de plaat werkt. De groove geeft houvast, terwijl de gitaarpartijen het beeld eromheen blijven veranderen. De complexiteit heeft iets lichamelijks: je kunt op het ritme meegaan zonder precies uit te zoeken wat iedereen speelt.
Die balans hoor je op een groot deel van het album. De zang is rauwer en de gitaren klinken lager dan sommige luisteraars zich zullen herinneren. De arrangementen hebben nog steeds de precisie die bij Coroner hoort. Het spel is veeleisend, maar de band verliest de luisteraar niet uit het oog.
Crisium Bound gaat verder met de progressieve kant. De wisselingen houden het nummer doelgericht in beweging en de verschillende delen voelen verbonden. Technische metal kan een reeks knappe kunstjes naast elkaar worden. Coroner maakt juist de overgangen interessant.
Prolonging voegt met toetsen een minder verwachte klank aan het zware geheel toe. Zulke kleine veranderingen maken verschil. Naast het harde materiaal is er ruimte voor sfeer en melodie, en de instrumenten hoeven niet allemaal dezelfde plek te vullen.
Deze terugkeer bouwt wel voort op een bestaande identiteit. Wie na de lange afwezigheid een volledige koerswijziging verwacht, zal eerder een voortzetting horen. Het zwaardere, eigentijdse geluid verandert bovendien het karakter, ook als de onderliggende aanpak vertrouwd is.
De songs geven die keuze overtuigend gelijk. Dissonance Theory klinkt zorgvuldig opgebouwd, met zelfverzekerde uitvoeringen en details die het volgen waard zijn. Coroner geeft zijn technische kunnen een duidelijke functie. Na zo'n lange afwezigheid is dat veel waardevoller dan alleen laten horen hoe snel je nog kunt spelen.
