Folie à Deux
Fall Out Boy stopt bijzonder veel in Folie à Deux. Blazers, strijkers, gasten en wisselende ritmes vragen aandacht. Patrick Stump klinkt alsof de volgende melodie alweer klaarligt. De plaat raakt soms te vol, maar die experimenteerdrang geeft uitstekende songs.
Disloyal Order of Water Buffaloes maakt een brede, bewuste entree en opent dan naar een emotioneel sterk refrein. Stump klinkt zeker zonder de woorden comfortabel te maken. Het zet de kwaliteit neer: uitgebreide begeleiding met een heldere melodie in het midden.
I Don't Care is botter. Het gitaarritme en zelfgerichte refrein maken goede popsatire, al is het punt snel duidelijk. Headfirst Slide Into Cooperstown on a Bad Bet is rijker. Stump gaat van laag naar hoog en geeft het arrangement met zijn stem drama.
The (Shipped) Gold Standard balanceert beweging en melodie ook sterk. Tiffany Blews speelt met elektronica en een refrein dat de popinstincten natuurlijk laat klinken. Ze zijn druk doordat goede ideeën samenkomen, niet om een gewone song te verbergen.
Elders is dat verschil minder duidelijk. De vele gasten brengen niet altijd betekenisvol karakter mee. Volle arrangementen geven het schrijfwerk minder lucht. Wentz' aandacht voor roem en schade eromheen herhaalt zich als de beelden minder scherp worden.
What a Catch, Donnie is het sterkste rustige middelpunt. Stump verankert de song voordat de andere stemmen arriveren. De piano van 20 Dollar Nose Bleed geeft daarna welkome veerkracht. De plaat vraagt veel aandacht, maar biedt veel melodisch terug. De overdaad bevalt het meest wanneer de band nieuwsgierig klinkt naar de mogelijkheden van een song, niet vastbesloten te bewijzen hoeveel erin past.
