Follow the Leader
Follow the Leader maakt Korns vreemde ritmes toegankelijker zonder hun ruwe randen weg te halen. De bas blijft droog en percussief. Gitaren buigen en schrapen. Jonathan Davis wisselt nog steeds binnen één frase van zangkarakter. Het verschil is hoe vaak die klanken samenkomen in een refrein met een duidelijk doel.
Got the Life is het helderste voorbeeld. De puls veert dansbaar op en de bas houdt de ruimtes tussen de gitaarinzetten actief. Het refrein ontlaadt spanning in plaats van alleen harder te worden. Freak on a Leash bouwt een ander soort spanning op. De centrale melodie staat tegenover rusteloze gitaargeluiden. Daarna maakt Davis met zijn woordeloze zang van het middendeel nog een ritmisch instrument.
Die singles vertellen niet alles. Justin beweegt veerkrachtig en ongemakkelijk. Juist daardoor worden de rustige details verontrustender. Dead Bodies Everywhere schakelt tussen elektronische sfeer en een botte fysieke aanval. My Gift to You trekt de plaat naar een trager, beklemmender slot. Brian Welch en James Shaffer vinden met hun gitaren veel expressieve verschillen binnen een bewust beperkt geluid. Een kleine klankverandering kan net zo belangrijk zijn als een gebruikelijke solo.
De gasten leveren wisselvalliger resultaten. Ice Cube past op Children of the Korn bij de ritmische interesses van de plaat. De uitwisseling met Fred Durst op All in the Family onderbreekt juist. Hun wedstrijd in beledigen reduceert een ingewikkelde muzikale persoonlijkheid tot een grove grap. De plaat heeft al laten horen hoe krachtig stemmen samen kunnen werken. Dat maakt de omweg extra frustrerend.
Onder het spektakel zit zelfverzekerd samenspel. David Silveria houdt de zware delen beweeglijk. De bas geeft zelfs eenvoudige riffs eigen contouren. Follow the Leader is het sterkst wanneer het op die wisselwerking vertrouwt en Davis een memorabele melodie geeft om mee te worstelen. De beste songs verbinden directe aantrekkingskracht zo goed met ongemak dat geen van beide het andere opheft.
