Damnation

Damnation

Rust maakt Damnation nog geen comfortabele plaat. Opeth haalt de grunts en het grootste deel van de zware gitaaraanval weg. De melancholie ligt daardoor ongewoon bloot. De melodieën zijn sterk genoeg voor die keuze. Kleine instrumentale veranderingen worden zo belangrijk als elders een plotselinge zware inzet zou zijn.

Windowpane bepaalt de sfeer met een zacht bewegende gitaarfiguur en Mikael Åkerfeldts ingetogen zang. De drums geven een ontspannen beweging. De leadgitaar voegt gevoel toe zonder een demonstratie te worden. Het arrangement zit vol details, maar iedere partij lijkt rekening te houden met de ruimte eromheen.

In My Time of Need spreekt melodisch directer aan. Het refrein opent de song zonder de omliggende droefheid te doorbreken. Åkerfeldt klinkt helder en ongedwongen. Het emotionele gewicht wordt daardoor begrijpelijker. De terughoudendheid geeft de grotere zangfrasen extra impact.

Steven Wilsons toetsen zijn bepalend voor de sfeer. Mellotron en piano voegen onbestemde kleuren toe. Zo worden de zachte klanken nooit alleen aangenaam. Death Whispered a Lullaby benut die donkere kant bijzonder goed. Closure brengt meer ritmische nadruk en een sterker gevoel van beweging.

Hope Leaves verbindt melodie en spijt het delicaatst. De gitaarpartijen laten de zang intiem blijven. De song heeft geen dramatische ontlading nodig om zijn verdriet te rechtvaardigen. In To Rid the Disease krijgt de piano een grotere rol. Het geluid wordt breder, maar blijft binnen de emotionele grenzen van de plaat.

Die grenzen beperken ook. De aanhoudende stemming kan de tweede helft minder verrassend maken, vooral voor wie juist op Opeths abrupte wisselingen valt. Afsluiter Weakness is bewust kaal en biedt nauwelijks een oplossing. Toch overtuigt de concentratie van het album. Deze band kan de aandacht vasthouden met klank, frasering en zorgvuldig gevormde melodieën. Het ontbreken van brute kracht maakt een ander soort intensiteit hoorbaar.