Ghost Reveries

Ghost Reveries

Een toetsenpartij kan een zware song van temperatuur laten veranderen zonder de hoofdattractie te worden. Per Wiberg doet dat vaak op Ghost Reveries, met orgel, sfeer en melodische details rond Opeths gitaren. De plaat blijft krachtig. De diepte komt uit hoe instrumenten elkaar binnen lange arrangementen kleuren.

Ghost of Perdition begint plotseling met Mikael Åkerfeldts grunt en de volle band. Heldere zang en akoestische passages geven later meer dan verlichting. Ze brengen verdriet dat ook bij terugkerende zwaarte blijft. De sfeer verbindt sterke klankwisselingen.

The Baying of the Hounds geeft ritmesectie en toetsen meer bewegingsruimte. Orgel voegt aardse ruwheid toe. Martin Lopez drumt gedetailleerd zonder de tel lastig te maken. De ontmoeting tussen akoestische en elektrische gitaar tegen het einde brengt verschillende klanken bijzonder goed in één emotionele ruimte.

Beneath the Mire maakt de melodische sfeer vreemder. Atonement geeft geduldige herhaling een doel met een beheerste groove. Zo ontstaat meer dan afwisselen tussen deathmetal en zachte zang. Kleine klankveranderingen worden belangrijk.

Reverie/Harlequin Forest is een van de volledigste lange stukken. Terugkerende figuren geven herkenningspunten. De laatste ritmesectie maakt spanning door beheersing. Herhalen voelt als een beslissing met gevolgen, niet als pauze in het schrijven.

De lengte vraagt inzet. The Grand Conjuration gebruikt een centraal zwaar idee minder flexibel. De strengheid beperkt naast het omliggende detail. Isolation Years sluit anders krachtig af. Kwetsbare zang en een compacte melodie brengen de sfeer scherp. De plaat verdient grootsheid via zulke kleine momenten, waarin één stem of instrumentale kleur net zo zwaar weegt als de band.