Abur

Abur

Pothamus geeft zijn trage, sfeervolle metal op Abur een breder klankpalet. Herhaalde basfiguren, gedetailleerde percussie en zanglagen blijven centraal. De aangehouden klank van een surpeti geeft een extra kleur. De muziek groeit vaak door de druk rond weinig noten te veranderen. Dat schept veel sfeer, maar maakt het gebrek aan afwisseling ook moeilijk te negeren.

Zhikarta begint rustig voordat drums en pulserende bas beweging brengen. Cleane zanglijnen liggen over drones. Rauwe zang en krachtige gitaar voegen spanning toe. De opbouw maakt het karakter duidelijk. De ritmesectie kan een groot geluid dragen zonder steeds andere riffs nodig te hebben.

Ravus gebruikt een herhaald drumpatroon en schurendere bas. Growls wisselen met verre cleane zang. Later wordt het arrangement breder en zwaarder. De gestage stijging verbindt het einde met het begin. Zo werkt de geduldige aanpak bijzonder overtuigend.

De-varium biedt een rustige pauze met gelaagde stemmen en de doorlopende drone van de surpeti. De instrumentkeuze verandert meer dan een grote nieuwe melodie. Ykavus keert later terug naar een vergelijkbare ingehouden omgeving. Door de overlap is er minder te ontdekken.

Savartuum Avur groeit vanuit een klein ritmisch begin naar veel zwaardere bas, drums en gitaar. De extra kracht werkt, maar de vorm klinkt na de eerdere tracks bekend. Pothamus houdt een stemming bijzonder goed vast. De band vindt minder consequent voor elke song een nieuw doel voor die sfeer.

Het afsluitende titelnummer rekt de methode tot vijftien minuten. Intensiteitswisselingen houden beweging en het laatste deel blijft druk toevoegen. De omvang maakt indruk, ook wanneer vooral ideeën worden herhaald die de rest van de plaat al heeft neergezet.

Abur is zorgvuldig gemaakt en heeft een eigen klank. De sterkste opbouwen en zanglagen verdienen aandacht, vooral voor wie meditatieve, ritmisch geleide zware muziek zoekt. Meer contrast tussen songs zou het geheel verbeteren. Nu overtuigt de sfeer meer dan het bereik.