City

City

City begint als een machine die gedwongen op gang komt. Het korte Velvet Kevorkian bouwt druk op. Daarna opent All Hail the New Flesh naar een veel grotere aanval. Strapping Young Lad maakt die overgang bijna buitensporig, maar de melodische stijging geeft de kracht een doel. Devin Townsend kan binnen één passage woedend en vreemd bemoedigend klinken.

Gene Hoglans drums bepalen het karakter. Snelle basdrumpatronen en precies geplaatste fills maken de dichte gitaarlagen beweeglijk. Er is genoeg precisie om geen lawaaimassa te worden. Oh My Fucking God duwt zang en instrumenten richting overbelasting. Snelle voordracht en plotselinge onderbrekingen maken bijna onbeheersbare paniek. De humor is agressief en vaak grof. Dat kan de woede cartoonesk maken, maar voorkomt dat de plaat plechtig doet over haar eigen extremiteit.

Detox biedt een duidelijker ritmisch herkenningspunt. De centrale gitaarbeweging blijft door de zware lagen heen hoorbaar. Townsends stemwisselingen geven een sterke dramatische lijn. Home Nucleonics perst de aanval in een kortere, bijzonder hectische uitbarsting. De tragere groove van AAA verschuift de nadruk zonder de druk te verlagen. De intensiteit hangt dus niet alleen van snelheid af. Toetsen en samples horen bij het fysieke geluid en zetten een industriële sfeer rond gitaren en drums.

De laatste songs verduidelijken het emotionele bereik. De Cop Shoot Cop-cover Room 429 geeft een langere melodische vorm. Spirituality laat de muziek trager uitdijen. Dat slot legt gevoel onder de eerdere agressie bloot. De plaat vraagt veel en sommige details zijn bewust moeilijk te scheiden. De beste songs hebben binnen de dichtheid wel een eigen gezicht. Technische beheersing, absurde humor en emotionele spanning maken een eigen soort zware muziek. Het slot toont hoeveel meer erin zit dan boosheid.