Relayer

Relayer

Yes geeft zijn progrock op Relayer een scherper randje. De gitaar klinkt krachtiger, de ritmesectie is bijzonder actief en Patrick Moraz brengt met zijn toetsen andere beweging in de arrangementen. Fijne zang blijft belangrijk, maar komt vaak uit muziek die vol, rusteloos en veeleisend is.

The Gates of Delirium beslaat meer dan de helft van de plaat. De lange opening introduceert verschillende ideeën. Daarna drijft het centrale gevechtsdeel de instrumenten naar een veel intensere wisselwerking. Steve Howes gitaar en Chris Squires bas staan sterk vooraan. Alan White houdt de veranderende ritmes in beweging. De details krijgen echte kracht wanneer de band naar hetzelfde punt toewerkt.

Soon verandert de sfeer op een noodzakelijke manier. Jon Andersons stem en zachte gitaarlijnen geven dit slotdeel verdriet en ontlading. Het effect hangt af van de druk ervoor. De muziek heeft een lange weg afgelegd om deze rust te bereiken. Daardoor voelt de verandering wezenlijk, niet alleen versierend.

Sound Chaser is onrustiger. Snelle instrumentale wisselingen en sterke jazzinvloeden maken het energiek en onvoorspelbaar. Gitaar en toetsen duwen het arrangement vooruit. De snelle wendingen laten alleen minder ruimte voor een zangmelodie die blijft hangen. De opwinding zit in het volgen van muzikanten die samen door een moeilijk stuk gaan.

To Be Over sluit rustiger af. De trage ontwikkeling en zachte zang geven welkome ruimte na het agressieve materiaal. De schoonheid is duidelijk, maar de song houdt niet dezelfde dramatische spanning vast als het openingsstuk. De twee kortere tracks zijn indrukwekkend zonder dat bereik helemaal te evenaren.

Relayer laat zich niet gemakkelijk in één keer verwerken. De drukke instrumentale secties kunnen schuren en de songs bieden niet altijd een eenvoudige route door de details. Dat hoort ook bij de aantrekkingskracht. Yes maakt het krachtigere geluid overtuigend, met een bijzonder openingsstuk en genoeg contrast om de hele plaat de moeite waard te houden.