Sinners Never Sleep
Op Sinners Never Sleep trekt You Me at Six twee aantrekkelijke kanten op. De ene zoekt zwaardere gitaren en een vijandiger stem. De andere vertrouwt op Josh Franceschi's melodieën en open emotionele rock. Beide leveren sterke momenten op, maar vormen niet altijd één geheel.
Loverboy opent met bravoure, een stevige riff en een refrein dat ver draagt. Bite My Tongue verhoogt de druk met krakende gitaren en Oli Sykes' harde gastzang. Het contrast geeft een herkenbare dramatische vorm. Time Is Money, met Winston McCall, gaat verder de zware kant op. De uitvoering richt zich meer op impact dan op een melodie die blijft hangen.
Little Death vindt de balans beter. De melodie blijft helder, de gitaren zwaar en frustratie hoeft niet ten koste van melodie te gaan. Reckless probeert hetzelfde, maar de kanten passen minder vanzelfsprekend. De band is het sterkst als extra kracht een bestaande song helpt, niet als ze de belangrijkste bestaansreden wordt.
De zachte songs tonen de breedte soms het best. Rinkelende gitaren en strijkers geven Franceschi veel ruimte in Crash. De directe liefdestaal is conventioneel, maar hij draagt haar goed. This Is the First Thing beweegt ritmisch lichter. When We Were Younger neemt rustig de tijd voor het slot. De kwetsbaarheid kan groeien zonder meteen een reactie af te dwingen.
Door de wisselingen lijkt de plaat soms niet te weten welke kwaliteiten voorop moeten. Toch tonen de betere songs meer mogelijkheden dan één stijl toelaat. Sinners Never Sleep overtuigt vooral wanneer melodie de weg wijst. De harde gasten vallen op, maar de rustige zekerheid van het einde laat meer achter.
