Fortress
Fortress maakt een openingsnummer van zes minuten volkomen logisch. Cry Of Achilles heeft genoeg melodie en interne beweging om de omvang te rechtvaardigen. Alter Bridge houdt het zware spel verbonden met een duidelijke richting. De details helpen het nummer vooruit.
Myles Kennedy en Mark Tremonti werken goed samen doordat hun krachten niet hoeven te wedijveren. Kennedy kan een melodie breed neerzetten zonder haar vorm te verliezen. Tremonti geeft de gitaren gewicht en karakter. Brian Marshall en Scott Phillips houden de uitvoerige passages bij elkaar. Het arrangement wordt geen demonstratie van afzonderlijke vaardigheden.
Addicted To Pain is directer. De riff heeft een dringende, tastbare aanwezigheid. Het refrein ontlaadt zonder de coupletten tot wachttijd te maken. Farther Than The Sun valt vergelijkbaar recht op zijn doel af. Zulke songs geven houvast op een plaat die elders langere, minder vanzelfsprekende routes durft te nemen.
Calm The Fire zet die ambitie in een ruimtelijkere zangomgeving. Door het contrast tussen het lichte begin en de zware ontwikkeling doet het arrangement meer dan alleen indruk maken. Waters Rising verandert de balans via Tremonti's leadzang. Het voegt een andere kleur toe zonder als een apart project te voelen.
All Ends Well is een vertrouwder soort meezinger. De duidelijke melodie verdient de grote gebaren. Het titelnummer vormt daarna het sterkste lange stuk. Gewicht en ritme veranderen, terwijl een heldere emotionele draad aanwezig blijft. Het voelt gemaakt om het album af te ronden, niet alleen om de laatste plek te vullen.
Sommige middengedeelten blijven minder individueel hangen dan het begin en einde. Het volle gitaargeluid kan de songs ook dichter bij elkaar laten klinken. Toch verbindt Fortress toegankelijke hardrock en ambitieuzere opbouw opvallend overtuigend. Het spel heeft kracht en finesse. De beste nummers geven beide een reden om er te zijn.
