Cannibal
Cannibal geeft Bury Tomorrows vertrouwde zangduo een bijzonder persoonlijke omgeving. Dani Winter-Bates' harde zang en Jason Camerons heldere stem bewegen door songs over innerlijke strijd. Het contrast laat het leed gedeeld voelen in plaats van geïsoleerd. De aanpak is direct. De beste arrangementen geven genoeg detail om dat boeiend te houden.
Choke opent met een gitaarfiguur die even iets zachters suggereert voordat het volle gewicht komt. Lage riff en krachtige drums leggen de basis voor beide stemmen. Het refrein geeft duidelijke ontlading. The Grey (VIXI) beweegt afwisselender tussen zware grooves en melodische ruimte, zonder de centrale vaart te verliezen.
Het gitaarspel is een betrouwbare kracht. Kristan Dawson geeft de songs met heldere lijnen en solo's nog een expressieve stem, vooral in Better Below. De sfeer rond de groove geeft meer diepte dan het gewone couplet/refreincontrast alleen. Ook Voice & Truth profiteert van gitaardetails die voorbij de zangmelodie blijven hangen.
Quake verandert het tempo het effectiefst. De tragere ontwikkeling laat de uitvoeringen kracht verzamelen zonder meteen de volgende klap aan te kondigen. Camerons melodie past in die ruimte. Winter-Bates' ruwe frasen geven extra spanning. Cold Sleep vindt een vergelijkbare balans en laat de heldere stem de stemming ontwikkelen in plaats van de aanval te onderbreken.
Elders wordt de verdeling tussen hard couplet en melodieus refrein voorspelbaarder. Sommige overgangen verminderen vaart in plaats van de song te verbreden. De sterkste gitaarideeën hebben soms meer eigenheid dan de refreinen eromheen. Emotionele openheid maakt niet elke bekende structuur even overtuigend.
Toch heeft Cannibal genoeg goede composities en betrokken spel. Het contrast werkt het best wanneer beide zangers noodzakelijk zijn voor dezelfde ontwikkeling. Dat gebeurt vaak. Bury Tomorrow maakt een betrouwbare muzikale aanpak emotioneel specifiek. De afgemeten songs geven net zo veel gewicht als de snelle aanvallen.
