Traveller
Chris Stapletons stem maakt Traveller meteen aantrekkelijk, maar de songs geven goede redenen om te blijven. Zijn solodebuut beweegt tussen country, blues, southern rock en soul zonder aparte projecten te suggereren. De zang kan krachtig en ruw zijn, maar laat ook rustige details en een goed geplaatste melodie toe.
Het titelnummer is een goede kennismaking. Steelgitaar en een ondersteunende harmonie houden het arrangement stevig in country geworteld. Stapletons hogere register geeft de melodie extra gevoel. Er zit geen ingewikkeld idee achter de aantrekkingskracht. Stem, melodie en spel passen natuurlijk samen.
Die beweeglijkheid hoor je ook in “Tennessee Whiskey”. Stapleton brengt het oudere nummer langzaam en soulvol en laat zijn stem veel werk doen. De beheersing maakt het intiem én indrukwekkend. Het album gebruikt bekend materiaal zonder simpelweg een eerdere versie te herhalen.
“Daddy Doesn’t Pray Anymore” raakt anders. Een traditionele vorm ondersteunt een moeilijk verhaal over een vader en verloren geloof. De manier waarop het schrijven zich ontwikkelt geeft emotionele kracht. Een groot arrangement is niet nodig. De beheersing geeft de song een eigen plek tussen luide uitvoeringen.
De hele plaat beweegt veel tussen stijlen. Zachte country staat naast zwaardere blues en krachtiger rock, terwijl de zang zich aanpast. Dave Cobbs productie verbindt de songs zonder elke track dezelfde aanpak te geven. Afwisseling komt uit de uitvoeringen, niet uit opvallende stilistische schakelingen.
Veertien tracks vragen ook tijd. Het trage materiaal kan het tempo te gelijkmatig maken. Wie een compactere set wil, vindt het geheel misschien royaal. De stemkwaliteit en zorgvuldige composities bieden wel meer dan een aantrekkelijk oppervlak. Traveller introduceert Stapleton zelfverzekerd als soloartiest en heeft genoeg breedte voor luisteraars ver buiten country.
