Effloresce
Effloresce laat technische gitaarmuziek lichtvoetig klinken. Covet bouwt deze zes instrumentals rond Yvette Youngs gedetailleerde spel. Bas en drums voegen beweging toe in plaats van achter haar alleen de maat te houden. De arrangementen zijn zorgvuldig gemaakt. De ontspannen stemming houdt ze uitnodigend. De plaat werkt het best wanneer de drie spelers hun verschillende lijnen rond een duidelijk melodisch idee laten samenkomen.
Shibuya opent met een herhaalde gitaarfiguur die geleidelijk sterker vorm krijgt. Het ritme is minder eenvoudig dan de zachte klank eerst doet vermoeden. Toch is het stuk makkelijk toegankelijk. Gastgitarist San Holo voegt een andere stem toe zonder de stemming te veranderen. De details geven iets om te volgen zonder er een snelheidsdemonstratie van te maken.
Glimmer legt meer nadruk op drums. Forrest Rice speelt levendig. David Adamiaks bas beweegt rond de gitaar in plaats van op één plek te blijven. Dat samenspel is overal belangrijk. Young is de opvallendste trekker, maar zonder de verschillende reacties van de ritmesectie zou de muziek minder karakter hebben.
Sea Dragon geeft gitaarlijnen meer ruimte om op elkaar in te spelen. Mario Camarena komt als gast erbij. Zijn partij past natuurlijk naast het bestaande bandgeluid. Gleam biedt daarna een donkerder, minder druk contrast. Een rustigere sfeer draagt er meer van het stuk. Zo blijft de plaat niet volledig in dezelfde heldere stemming.
Falkor keert naar een langer, speels arrangement terug. Howl sluit met een gevarieerdere vorm af. Die laatste track herinnert eraan dat Covet verder kan gaan dan zijn vertrouwdste patronen. Sommige andere gitaarfiguren lijken genoeg op elkaar om te vervagen. Herhaalde frasen gaan af en toe door nadat hun punt al gemaakt is. Meer contrast had die stukken duidelijker onderscheiden.
Ook met die beperking verbindt Effloresce zorgvuldig spel prettig met een zacht geluid. Het trio maakt ongewone ritmes natuurlijk en laat melodie belangrijk blijven. Het is een goed beginpunt voor wie ingewikkelde instrumentale rock zonder voortdurende zware aanval wil. De sterkste passages maken indruk doordat de muzikanten zo makkelijk samenwerken.
