Ocean Machine: Biomech
Ocean Machine: Biomech wordt groot door lagen, niet door snelheid. Devin Townsend stapelt gitaren, toetsen en stemmen tot de afzonderlijke partijen een brede, veranderende achtergrond vormen. Zijn zang houdt het menselijk. Een heldere melodie verschijnt uit de dichtheid, wordt een gespannen kreet en zakt terug in de klank.
Seventh Wave introduceert dat met een ruime gitaarfiguur en zang die zelfverzekerd én kwetsbaar klinkt. Het arrangement is zwaar, maar suggereert evenveel afstand als impact. Townsend geeft de melodie genoeg vorm om de grote klank uitnodigend te maken.
Life is directer. Een helder refrein vertaalt dezelfde productieaanpak naar een gewone rocksong. Night voegt een hardere ritmische aandrijving toe. Ambitie hoeft hier geen memorabele melodie uit te sluiten. De rustige Sister en 3 A.M. maken daarna ruimte. Het geluid kan krimpen voordat het opnieuw groeit.
De dichtheid werkt niet overal even goed. Sommige middenpassages laten zang en gitaardetails om aandacht strijden. De sfeer kan interessanter zijn dan de onderliggende compositie. De plaat is het best wanneer een helder melodisch idee de lagen richting geeft.
Het lange slotgedeelte vindt die richting herhaaldelijk. Funeral begint beheerst en bouwt naar een veel sterkere emotionele ontlading. Bastard gebruikt de uitgebreide vorm om van wanhoop naar rustigere aanvaarding te bewegen. De veranderingen voelen persoonlijk, niet als versiering.
The Death of Music is de ongebruikelijkste prestatie. Een aanhoudende elektronische puls draagt zang die geleidelijk het middelpunt wordt. Door de beperkte ritmische beweging telt elke verandering in intensiteit sterker. Thing Beyond Things biedt een zachter laatste perspectief, al verstoort de plotselinge slotschreeuw dat bewust. Townsend overtuigt het meest wanneer binnen de enorme klank kwetsbaarheid zichtbaar wordt. Dat geeft de plaat diepte die het zware oppervlak alleen niet kan verklaren.
