Ecdysis
Ecdysis krijgt juist kleur wanneer Horrendous de rechte lijn loslaat. Onder het ruwe deathmetalgeluid zitten melodieën die de nummers verder trekken dan een keurige oefening in ouderwetse agressie. De band blijft zwaar en herkenbaar geworteld in de jaren negentig, maar zoekt regelmatig een andere route naar de volgende riff.
Dat gebeurt meteen in The Stranger. Het gitaarwerk bouwt verder op een stevige basis en geeft het nummer een ruimere opzet dan de eerste indruk doet vermoeden. De schrale, gejaagde zang houdt de muziek fel, ook wanneer de instrumenten melodieuzer worden. Die combinatie voorkomt dat de mooiere gitaarlijnen de scherpe rand helemaal gladstrijken.
De afwisseling zit niet alleen in ingewikkelder spelen. The Vermillion zet de versterkers juist even aan de kant voor een akoestisch instrumentaal stuk. Het is een duidelijke pauze tussen de zwaardere nummers, zonder als een vreemd tussendoortje te voelen. Aan de andere kant van het album staat Titan, waar trage zwaarte en een grotere opbouw meer ruimte krijgen. Ook de technischere wendingen in Resonator laten horen dat deze band meer wil dan vertrouwde riffs opnieuw uitvoeren.
Niet ieder nummer maakt die stap even overtuigend. De meer rechtlijnige passages kunnen wat gewoner overkomen naast de stukken waarin melodie en zwaarder gitaarwerk echt samen iets opbouwen. Dat maakt Ecdysis soms wat ongelijk, al blijft het niveau van de riffs en het samenspel stevig genoeg om de vaart erin te houden.
De grootste kwaliteit is dat Horrendous hier nieuwsgierig klinkt zonder zijn basis kwijt te raken. Ecdysis vraagt niet alleen bewondering voor het verleden van deathmetal. Het gebruikt dat verleden om nummers te maken die op hun beste momenten een eigen gezicht hebben, met ruimte voor melodie, rust en een zwaardere uitbarsting wanneer die nodig is.
