Idol
Idol maakt zijn ingewikkelde muziek vooral aantrekkelijk door de beweging erin. Horrendous schakelt tussen zware riffs, lossere baslijnen en melodieën die onverwacht boven de drukte uitkomen. Dat vraagt concentratie, maar de band houdt de nummers levendig genoeg om meer te bieden dan een reeks moeilijke partijen.
Na de korte opening Prescience brengt Soothsayer die aanpak duidelijk in beeld. De bas en drums geven het nummer een beweeglijke ondergrond, terwijl de gitaren stevige grooves met scherpere uitbarstingen combineren. De rauwe zang bewaakt de spanning. Er zit veel in het nummer, maar de verschillende onderdelen trekken nog steeds dezelfde kant op.
In The Idolater krijgen de ritmes en de kleine gitaarbewegingen opnieuw ruimte voordat de band steviger doorzet. Devotion (Blood for Ink) gaat verder met een opbouw in verschillende delen. De muziek wordt lichter en onderzoekender, om daarna weer zwaarder terug te keren. Zulke overgangen maken Idol interessanter dan een plaat die alleen steeds harder of technischer probeert te worden.
De lengte van Obolus geeft het slot nog een andere schaal. Het nummer neemt meer tijd om zijn vorm te vinden en voelt eerder als een langere tocht door verschillende stemmingen dan als één uitgerekte riff. Dat werkt goed binnen het album, al maken die vele veranderingen Idol niet tot een plaat die je gedachteloos op de achtergrond zet. De hoeveelheid beweging kan ook vermoeiend zijn als je vooral een directe aanval zoekt.
Daar staat tegenover dat Horrendous de kracht van deathmetal niet inruilt voor nette virtuositeit. De stemmen blijven scherp, de riffs houden gewicht en de ritmesectie blijft duwen. Idol is het sterkst wanneer die felheid samengaat met de vrijheid om een nummer onverwacht een andere richting te geven. Het resultaat is een ambitieuze plaat met genoeg eigen karakter om meer dan alleen bewondering voor het spel op te roepen.
