Dookie

Dookie

De baslijn van Longview vertelt veel over Dookie. Green Day kan een eenvoudig liedje schrijven zonder iedere partij eenvoudig te houden. Mike Dirnt beweegt om de maat heen en Tré Cool houdt de coupletten losjes. Dan valt het refrein binnen met de botte kracht van iemand die een deur intrapt. Drie mensen hebben hier ruim voldoende te vertellen.

Billie Joe Armstrongs zang is even belangrijk. Zijn nasale voordracht laat frustratie achteloos klinken, totdat een melodie ineens onthult hoeveel ervan afhangt. Basket Case verandert angst in een stroom heldere akkoorden en rusteloze drums. Het pakt meteen, maar de emotionele onzekerheid geeft meer inhoud dan alleen een handig refrein.

Welcome to Paradise beweegt meer dan het eenvoudige gitaargeluid doet vermoeden. In het instrumentale gedeelte trekt de ritmesectie de song uit elkaar voordat de vertrouwde melodie terugkomt. Strak samenspelen hoeft kennelijk niet te betekenen dat iedereen een ondersteunende rol houdt. Cools fills zijn kleine uitbarstingen van persoonlijkheid. Dirnt zorgt onder Armstrong vaak voor een tweede melodie.

Pulling Teeth is zachter van toon. De groeiende kracht van She voelt volkomen natuurlijk. Deze songs bieden genoeg afwisseling zonder nadrukkelijk een andere stijl aan te kondigen. Daardoor hebben ook de korte aanvallen van Burnout en In the End een duidelijke functie. De band weet wanneer een song genoeg heeft gezegd.

In het laatste deel staan een paar melodieën die meer op vaart dan op een eigen karakter vertrouwen. Dat is een kleine kanttekening bij zo'n directe plaat. De bekende singles hoeven geen zwakke omliggende songs mee te slepen. Ook het akoestische begin van F.O.D. geeft de uiteindelijke uitbarsting nog steeds een goed verrassingseffect.

Dookie werkt doordat humor en irritatie bij elkaar horen. De songs zijn grappig, bezorgd, verveeld en ongeduldig, soms allemaal binnen dezelfde minuut. Green Day zet die verwarring om in heldere, memorabele muziek zonder de gevoelens netjes glad te strijken.