Saviors
Het overtuigendste moment op Saviors is Dilemma. Billie Joe Armstrong zingt direct over het verliezen van controle over zijn drankgebruik. Dat geeft het nummer gewicht. De melodie is eenvoudig, de gitaren zijn stevig en niets komt tussen de stem en het gevoel. Green Day kan dit nog steeds erg goed.
De rest plaatst die persoonlijke zorg in een breder kader. The American Dream Is Killing Me opent met de bekende combinatie van grote akkoorden en politieke frustratie. Dat werkt als statement, al blijven sommige regels algemener dan het onderwerp verdient. De band maakt meer indruk wanneer een concreet detail door de algemene klacht heen komt.
Look Ma, No Brains! en 1981 leveren de snelle, eenvoudige kant. Beide hebben de compacte energie die de band vanaf het begin aantrekkelijk maakte. Mike Dirnt en Tré Cool houden de songs actief. Armstrong weet nog steeds een korte melodie genoeg karakter te geven om een refrein te dragen.
Ook Bobby Sox is een hoogtepunt. De genegenheid is rechtstreeks, maar de geschreeuwde voordracht geeft een prettig ruw randje. Het is een liefdeslied met genoeg eigenheid om niet als een pauze tussen de serieuzere onderwerpen te voelen.
Het rustigere Suzie Chapstick werkt om een andere reden. Het zachtere ritme en de ouderwetse melodische vorm geven de plaat warmte. Father to a Son is uitgebreider. Een vaderlijke belofte krijgt een arrangement dat naar een groot slot groeit. Die songs tonen hoeveel van Green Days aantrekkingskracht altijd al uit melodie kwam, niet alleen uit snelheid.
Niet elke track is even sterk. Soms valt het album terug op bekende gebaren, waar een scherpere regel beter had gewerkt. Producer Rob Cavallo geeft de band een helder, krachtig geluid. Daarmee wordt niet elk idee zo goed als Dilemma.
Toch heeft Saviors genoeg songs die blijven hangen. De band gebruikt zijn ervaring gemakkelijk, zonder alle ongeduld kwijt te raken. De beste momenten zijn concreet, menselijk en fijn om opnieuw te horen. Dat is waardevoller dan alleen weer jong klinken.
