Bubblegum

Bubblegum

Hit the City laat overtuigend horen waarom Mark Lanegans stem ook in lawaai thuishoort. Orgel en gitaren duwen ruw vooruit. PJ Harvey zingt scherp genoeg om hem uit te dagen. Bubblegum geeft die wrijving evenveel plaats als de rustige songs.

Het begint anders. When Your Number Isn't Up is kaal en geduldig en laat de lage stem open boven een rustige begeleiding. Die intimiteit blijft ook wanneer het veel harder wordt. De muzikanten wisselen per track, maar de zang verbindt de reeks.

Methamphetamine Blues is het beste harde stuk. Ratelend ritme en ruwe instrumenten laten het gedreven klinken, niet alleen luid. Sideways in Reverse neemt een eenvoudigere riff voor een snelle energiestoot. Lanegan hoeft geen gewone hardrockfrontman te worden. Zijn vastheid maakt het lawaai juist interessant.

One Hundred Days is een sterker voorbeeld van de trage songs. De melodie groeit geduldig genoeg om gevoel te laten ontstaan zonder een te groot refrein. Strange Religion profiteert ook van een open arrangement. In het lage register hoor je warmte die het harde materiaal kan verbergen.

De gasten veranderen klank zonder de plaat in losse gastoptredens te verdelen. Harvey contrasteert het duidelijkst. De anderen bouwen vooral omgevingen die de songs passen. De variatie ontstaat tussen die wisselende begeleiding en Lanegans vaste aanwezigheid.

Soms worden beelden en stemmingen bekend. Niet elke korte rocker heeft het karakter van Hit the City. Toch is Bubblegum een boeiende verzameling met overtuigende breedte. De beste songs verbinden schurende rock en intiem schrijfwerk via dezelfde directe stem. Daardoor lijken die benaderingen veel minder ver uit elkaar te liggen.