Broken Machine
Broken Machine geeft Nothing But Thieves een krachtig, rusteloos geluid. De gitaren kunnen zwaarder en elektronischer klinken, de drums doen actief mee en Conor Mason krijgt ruimte tussen intieme, onzekere zang en een heel groot refrein. Het album overtuigt het meest wanneer die onderdelen samenwerken, in plaats van elk afzonderlijk de meeste indruk te willen maken.
“I Was Just a Kid” is een goede kennismaking, omdat de ritmesectie een stevige basis onder de wisselende klanken legt. Mason kan zijn stem laten stijgen zonder de begeleiding tot bijzaak te maken. “Amsterdam” zet die balans om in een van de duidelijkst pakkende nummers van de band. Het refrein is krachtig en bijna geschreeuwd, maar blijft verbonden met een melodie die herhaling verdient. De impact komt uit de gezamenlijke duw, niet uit een zanger die nog een hoge noot haalt.
Ook “I'm Not Made By Design” geeft het zware spel een duidelijk doel. “Live Like Animals” gaat verder met fuzz en vervormde details, al zijn de politieke uitspraken minder precies dan de energie van de muziek. Het experiment blijft interessant, ook als het wat vol wordt. “Soda” biedt een belangrijk contrast met zijn trage beweging en de onrustige wens iemand anders te zijn. “Particles” toont eveneens hoe natuurlijk Mason een kwetsbaardere melodie binnen een vol bandarrangement kan dragen.
Soms wordt de emotionele taal te algemeen. “Sorry” volgt een voorspelbaardere route dan de sterkste nummers eromheen. “Afterlife” sluit minder beslist af dan het begin verdient. Toch heeft Broken Machine een duidelijke identiteit in de verhouding tussen de zanger en zijn muzikanten. De drums van James Price zijn vooral waardevol wanneer nummers kracht moeten verzamelen zonder alleen nog een laag toe te voegen. De beste tracks maken een ingewikkeld innerlijk gevoel direct voelbaar. “Amsterdam” is het duidelijkste succes, maar de minder rechtlijnige beweging van “Soda” geeft de plaat een diepte die de hardste refreinen niet alleen konden leveren.
