Nothing But Thieves

Nothing But Thieves

Conor Masons stem is de duidelijke aantrekkingskracht op het debuut van Nothing But Thieves. De songs zijn sterk genoeg om hem niet de hele show te laten worden. Soepele ritmes, eigen gitaarfiguren en gerichte melodieën omringen hem. Zijn hoge register valt op. Dat telt extra doordat de arrangementen weten wanneer ze moeten ondersteunen en wanneer ze ruimte moeten maken.

Itch is bijzonder doeltreffend. De gitaar trekt vlak voor het refrein kort terug. Masons stem ligt precies op het goede moment open. De pauze maakt de muziek eromheen krachtiger zonder de song te onderbreken. Wake Up Call heeft een andere opleving, met een zekere groove en een solo die vaart toevoegt. De band verwerkt kleine instrumentale gebeurtenissen goed in een toegankelijke structuur.

Trip Switch maakt dat nog duidelijker. De riff geeft eigenheid voordat de zang overneemt. Het levendige ritme houdt de herhaalde melodie fris. Ban All the Music valt steviger aan. Mason antwoordt scherp genoeg om de hoge noten meer dan mooi te laten zijn. Het rustige If I Get High en Graveyard Whistling geven noodzakelijk contrast. Hun intieme begeleiding laat emotie groeien zonder steeds een groot gebaar.

Soms zoekt het album drama voordat de songs genoeg details geven om dat te dragen. Enkele refreinen steunen sterk op Mason om het gevoel groter te maken. Daardoor worden afzonderlijke gedachten minder verschillend. Toch heeft het debuut overtuigend bereik en voelt weinig anoniem. De beste tracks laten een uitzonderlijke stem deel zijn van een band met even heldere instincten. Vooral Itch en Trip Switch raken door het hele arrangement, ook als de zang het eerste blijft dat opvalt.