Lotus
Het titelnummer van Lotus maakt de meeste indruk door de ruimte rond Joel Ekelöfs stem. Het arrangement begint fijn en groeit in kracht zonder het open karakter van de zang te verliezen. Soen laat een ingehouden uitvoering even intens zijn als het zware materiaal eromheen.
Die balans bepaalt de identiteit. Opponent opent met een stevige riff. Toetsen en kleine gitaardetails geven onder de aanval een ander karakter. Lascivious begint met bas en stem voordat de zware figuur overneemt. De ritmesectie houdt de beweging helder terwijl de zang de emotie groter maakt.
Martyrs wisselt bijzonder goed. Snel gitaarspel maakt plaats voor een ruimere passage. Martin Lopez houdt de overgang met zijn drums actief. Het pianodetail in het tweede couplet voegt andere spanning toe voordat het refrein terugkeert. De band beheerst het bekende hard-zachtcontrast genoeg om het doordacht te laten klinken.
Lotus geeft Cody Fords gitaar daarna een lyrischer rol. De solo ontwikkelt de melodie die al in de song zit. Daardoor blijft de instrumentale uitdrukking verbonden met de stem. Het is het duidelijkste voorbeeld van techniek die iets kwetsbaars overbrengt.
Covenant heeft een steviger groove, maar sommige gitaargebaren zijn minder eigen dan het omliggende materiaal. Penance overtuigt meer doordat de zang geleidelijk sterker wordt. River biedt een zachtere omgeving. Akoestische gitaar geeft welkome kleur, ook wanneer de emotionele richting bekend voelt.
Rival herstelt de scherpe aanval voordat Lunacy met een van de sterkste melodieën afsluit. Dat einde voelt stevig doordat de band de verhouding tussen kracht en terughoudendheid steeds helder heeft gehouden.
Lotus is zelfverzekerde progressieve metal waarvan de beste details direct de songs dienen. Bas en drums geven de zware passages beweging. In de rustige muziek blijft Ekelöfs uitdrukking centraal. Vooral het titelnummer en Martyrs nodigen uit om terug te komen. Ze tonen hoeveel eigenheid Soen in een beheerst geluid vindt.
