The Finer Things
Derek DiScanio tilt The Finer Things boven een drukbezet genre uit. Zijn stem beweegt in de heldere, snelle songs van State Champs soepel van een rauwe rand naar een open melodie, zonder vaart te verliezen. De band volgt hem op de voet. Kleine gitaar- en drumdetails passen in arrangementen die overzichtelijk blijven.
“Elevated” legt de lat. De opening groeit snel uit tot een volle inzet. DiScanio laat het refrein voelen als iets waar de song naartoe heeft gewerkt, niet als een gedeelte dat weer terugkomt. De muziek klinkt zelfverzekerd terwijl de tekst onzekerheid onderzoekt. Hier hoor je in het klein wat de plaat aantrekkelijk maakt: persoonlijke zorgen krijgen genoeg aanstekelijke energie mee om hanteerbaar te lijken.
“Hard to Please” brengt een levendigere wisselwerking tussen zangfrasen en instrumenten. De drums worden drukker zonder de aandacht van de hook weg te trekken. In “Prepare to Be Noticed” geven de bewegende gitaar- en baspartijen de coupletten een eigen karakter. Dat telt, want de band wijkt zelden ver van de gebruikelijke poppunkstructuur af. Het boeiende zit in de zorg waarmee de onderdelen samenkomen.
Ook “Remedy” toont het verschil tussen onderwerp en geluid. Ongelukkige gedachten krijgen muziek mee die juist enthousiast de deur uit wil. Daardoor heeft de uitvoering meer diepgang dan de woorden op zichzelf altijd bieden. Sommige relatieklachten blijven algemeen. De aanhoudend opgewekte vaart kan het ene ongenoegen op het andere laten lijken. Meer verschil in perspectief had de songs emotioneel duidelijker van elkaar onderscheiden.
Toch bieden elf tracks genoeg ruimte om de sterke kanten neer te zetten zonder ze nodeloos ingewikkeld te maken. De productie houdt de meerstemmigheid helder en de gitaren actief. DiScanio zorgt overal voor een herkenbare persoonlijkheid. The Finer Things dankt zijn aantrekkingskracht aan het spel en de opbouw. Het is een opvallend zelfverzekerd debuut waarvan de beste songs een vertrouwde formule weer vol mogelijkheden laten klinken.
