I Want to Disappear

I Want to Disappear

Aan het begin van I Want to Disappear gaat nauwelijks een seconde verloren. “All This Time” komt binnen met een scherpe drumaanval en Parker Cannon die zijn stem meteen naar voren duwt. The Story So Far zet zo een album neer waarop verdriet en beweging vaak samengaan. De muziek blijft actief, ook wanneer de woorden nergens rust vinden.

“Watch You Go” houdt die energie gericht. Gitaren en drums bieden een stevige basis voor Cannons afgemeten, nadrukkelijke voordracht. De song komt zonder lange aanloop tot zijn emotionele kern. “Nothing To Say” werkt net zo goed. Het drukke spel geeft kracht zonder de centrale melodie te verbergen. Het zijn bondige songs met genoeg details om ook buiten het refrein de aandacht vast te houden.

Het minder agressieve materiaal brengt een ander soort helderheid. “Letterman” heeft een zachtere melodische lijn. Zo sluipt onzekerheid in een stem die vaak volkomen zeker klinkt van zijn woede. Door zulke songs tussen de snellere tracks te zetten, voorkomt de band één aanhoudende stemming. De instrumentale taal blijft vertrouwd, maar de verschuiving van het accent doet ertoe.

Sommige passages in het midden zijn degelijker dan onderscheidend. “Jump The Gun” zoekt de bekende aanval weer op, maar voegt emotioneel minder toe dan de sterkere songs eromheen. Cannons gewoonte om bijna iedere lettergreep te benadrukken kan ook een persoonlijke gedachte als een openbare verklaring laten klinken. De momenten waarop hij die druk vermindert, blijven mij langer bij.

“White Shores” en het afsluitende titelnummer geven het laatste deel een duidelijk doel. Zachtere klanken maken ruimte voordat het akoestische slot de stem onbeschermd laat staan. Door dat einde voelen de eerdere snelheidsuitbarstingen als reacties op verlies, niet alleen als energievertoon. I Want to Disappear is compact, gericht en emotioneel geloofwaardig. Het laat horen hoeveel vertrouwde poppunkmiddelen kunnen uitdrukken als de band ook de stilte ertussen waarde geeft.