Never Enough

Never Enough

Turnstile maakt zich niet erg druk om waar hardcore zou moeten ophouden. Never Enough bevat zware gitaren, elektronische passages, heldere popmelodieën en genoeg tempowisselingen voor verschillende soorten luisteraars. Het prettige is dat de songs meestal duidelijk blijven. Je raakt er niet in verdwaald.

Het titelnummer neemt de tijd voordat het opengaat. Brendan Yates' stem krijgt veel ruimte. De plaat bouwt graag eerst een sfeer op voordat het zware deel volgt. Sole en Birds herinneren directer aan de roots. De drums geven die songs veel beweging en de riffs hebben nog volop fysieke kracht.

I Care is een ander soort hoogtepunt. De melodie is opgewekt, de gitaren glanzen zacht en het handgeklap maakt het verrassend licht. Het werkt doordat de band zich prettig voelt bij die verandering. Het lijkt nergens alsof het album wordt stilgelegd om een popexperiment aan te kondigen.

Seein' Stars gaat verder met een los, bijna funky ritme. De bas is een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht. Yates geeft het refrein een eenvoudige, directe vorm. Het is een van de beste songs. Voor een band met zoveel energie wordt Turnstile erg goed in weten wanneer het wat moet inhouden.

Daarna trekt Look Out for Me bijna zeven minuten uit voor zware riffs, rustige elektronische ruimte en een dansbaar einde. Het is ambitieus en meestal overtuigend. De rustige passages blijven soms wel langer dan nodig. Een deel van de sfeer zou met minder wachten even goed werken.

De productie haalt ook wat gevaar uit het geluid. Wie een onafgebroken reeks snelle, ruwe nummers wil, moet zijn verwachtingen aanpassen. Toch valt de combinatie van melodie, ritme en zwaarte moeilijk te ontkennen. Never Enough geeft genoeg redenen om de band onbekend terrein op te volgen. Op de beste momenten klinkt dat terrein verrassend vanzelfsprekend.