Don’t Wake the Riot

Don’t Wake the Riot

Don’t Wake the Riot haalt veel beweging uit de eenvoudige combinatie van gitaar, drums en stem. Black Pistol Fire houdt blues dichtbij, maar snelheid en rauwheid geven garagerockvaart. Het is levendig en gericht. Die focus maakt songs soms ook te vertrouwd.

“Hard Luck” gebruikt een stevig, stampend ritme goed. “Bad Blood” geeft scherpere woede. De riffs pakken makkelijk en Kevin McKeown legt veel stemkracht eromheen. Wanneer de basispartijen zo direct samenwerken, is een groot arrangement niet nodig.

“Fleet Foot” toont het duidelijk. Wisselende delen geven ruimte aan een melodieus refrein en snelle energiestoot. McKeown kan schuren, maar juist die rand geeft karakter.

“Morning Star” verbindt een moderne riff met oude bluesthema's. Dat loopt door de plaat: krachtig en actueel geluid blijft bij vertrouwde vormen. Niet altijd vindt het duo genoeg variatie daarin. Een sterke riff en overtuigde uitvoering maken niet iedere track tot een fris idee.

De laatste songs tonen een andere bruikbare route. “Slowknife Stiletto” kiest ingetogen oudere rock-'n-roll en vermindert druk. “Blue Blazes” gaat verder, met stille, kwetsbare zang en een beschouwende stemming.

Don’t Wake the Riot geeft het meest wanneer sterke ritmes een eigen song ontmoeten. De beste momenten hebben veel energie. Het rustige slot geeft karakter buiten de bekende bluesrockaanval. Een deel raakt routine. Beheersing en directheid maken het toch degelijk en plezierig.