Rockisdead
Dorothy Martin geeft Rockisdead zijn belangrijkste bestaansreden. De songs gebruiken bekende bluesrockingrediënten. Haar stem maakt meteen duidelijk waar ze voor staan: boosheid, verlangen en plezier in problemen veroorzaken. Ze kan een frase naar een rauwe schreeuw duwen zonder de melodische vorm te verliezen. Dat draagt een debuut dat snel en luid zijn punt wil maken.
De arrangementen begrijpen de waarde van eenvoud. Fuzzgitaar, stevige ritmes en heldere melodieën geven Martin veel ruimte om de leiding te nemen. Raise Hell laat dat bijzonder goed horen. De sfeer is meteen duidelijk, waarna de zang een bekende rebelse houding in een uitnodiging verandert. Missile bereikt een vergelijkbare kracht, maar met een donkerder rand. Ingewikkelde structuren zijn niet nodig om aanwezig te zijn.
Gun In My Hand brengt nuttige afwisseling. De countryinvloed verandert de sfeer zonder het confronterende karakter kwijt te raken. Het verschil is klein genoeg om natuurlijk te voelen en groot genoeg om tussen de zware songs op te vallen. Whiskey Fever richt zich meer op een stampende groove en directe ontlading. De aantrekkingskracht is duidelijk en de band maakt het verstandig niet ingewikkelder.
Het zwakke punt is dat houdingen en situaties op elkaar gaan lijken. Drank, slechte beslissingen en een verheven stem kunnen niet eindeloos gevaar suggereren voordat de details inwisselbaar worden. De uitvoeringen blijven zeker, maar de teksten kiezen soms een bekend beeld waar een eigen observatie interessanter was geweest.
Daarom is Shelter een waardevolle afsluiter. De eenvoud laat Martin meer open zingen en voegt een welkome soulinvloed toe. Je hoort mogelijkheden die het luidere werk maar deels verkent. Rockisdead slaagt vooral als een geconcentreerde dosis zelfverzekerde, theatrale rock. De zangeres geeft die bekende taal echte aanwezigheid. Meer openheid zoals in de afsluiter had ook meer achter dat zelfvertrouwen laten zien.
