Divine Machines
Divine Machines zet groove centraal in Demob Happy's rockgeluid. De gitaren zijn zwaar en wat wazig, maar bas en drums geven de echte beweging. Psychedelische kleuren, heldere zangmelodieën en kleine elektronische details zitten eromheen. Het trio maakt er één geluid van, in plaats van losse stijlen op hetzelfde album.
Token Appreciation Society bepaalt de richting. Het wiebelende begin maakt plaats voor sterke ritmische trekkracht, met gitaar dicht rond de bas. Matthew Marcantonio verzacht de harde delen zonder hun karakter weg te nemen. Het spel is beheerst. Ook wanneer het geluid dikker wordt, blijft de groove duidelijk.
Voodoo Science brengt dansbaardere energie in dezelfde omgeving. De gitaar houdt gewicht, het ritme veert scherper. Het is daardoor een van de makkelijkste songs om terug te keren. Super-Fluid werkt vergelijkbaar, met een vaste puls en krachtiger zang die iets toevoegen. De band gebruikt een vertrouwd geluid met overtuiging.
Tear It Down heeft meer aandrijving. Run Baby Run maakt indruk met een directe melodie. Korte stukken tussen de songs helpen de samenhang. Ze veranderen klank zonder de stroom te breken. Divine Machines voelt zorgvuldiger verbonden dan een gewone reeks harde gitaren.
De keerzijde is dat de band weinig van zijn hoofdroute afwijkt. Dezelfde dikke tonen en soepele ritmes komen vaak terug. Verschillen tussen songs kunnen kleiner voelen dan losse melodieën suggereren. Scherpere veranderingen in tempo of sfeer zouden de sterkste momenten meer laten opvallen.
De aantrekkingskracht is duidelijk. Demob Happy heeft gevoel voor melodie en begrijpt hoeveel goed ritmisch spel toevoegt. De muziek is toegankelijk zonder te glad te worden en zwaar zonder alleen kracht nodig te hebben. Wie bewegende gitaarrock met psychedelische kleur zoekt, vindt hier een degelijke, uitnodigende plaat.
