Aspiral
Epica begint Aspiral met een song. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar voor een band die graag met een uitgebreide orkestintro opent, zegt het iets. Cross the Divide gaat meteen naar de gitaren en geeft Simone Simons een sterk refrein.
De verwachte grootsheid is er nog steeds. Koren, toetsen en zware ritmepartijen zijn volop aanwezig, maar vaak krijgt één element duidelijk de leiding. Zo zijn de arrangementen gemakkelijker te volgen zonder hun karakter te verliezen.
Arcana is een vroeg hoogtepunt. De donkere sfeer en filmische toetsen geven de melodie een sterke basis, terwijl Simons het nummer bij elkaar houdt. Ze zingt op de hele plaat uitstekend. Haar beheerste wisselingen tussen registers laten ook de grote zangmomenten natuurlijk klinken.
Obsidian Heart benut dat bereik bijzonder goed. De stem draagt veel van de emotie en het zware spel zorgt voor een stevige ondergrond. Apparition trekt verder richting metal. In het krachtige slot krijgen Mark Jansens grunts en de gitaren meer ruimte.
De drie nieuwe bijdragen aan de reeks A New Age Dawns bieden het meer progressieve materiaal. In Metanoia, Darkness Dies in Light en The Grand Saga of Existence kunnen de arrangementen zich verder ontwikkelen en komen de verschillende kanten van de band uitgebreider aan bod. Ze vormen een goed tegenwicht voor de kortere, directere songs.
Sommige symfonische keuzes doen denken aan Nightwish, vooral op T.I.M.E.. Die gelijkenis kan afleiden, ook al blijven het spel en de zang sterk. Wie Epica op zijn meest veeleisend of agressief wil horen, vindt de balans hier misschien wat toegankelijker dan verwacht.
Aspiral slaagt door heldere songs en een goed gevoel voor verhouding. De instrumenten hebben genoeg te doen, maar dienen de nummers. Het is een toegankelijke Epica-plaat met voldoende details om ook de aandachtige luisteraar te blijven boeien.
