Chief
Op Chief beweegt Eric Church makkelijk tussen countryteksten en harde rockarrangementen. Werk, drank, verloren relaties en hardnekkige herinneringen zijn bekende onderwerpen. De zorg eromheen maakt de plaat interessanter. Producer Jay Joyce geeft ritmes en gitaren genoeg karakter om meer dan houding alleen te bieden.
Creepin' opent met een los, door funk beïnvloed ritme. Het staat meteen apart van een rechtlijnige countryrockstamp. Keep On haalt energie uit de afgemeten zangfrasering van Church. De uitvoeringen zijn direct. Kleine ritmische keuzes maken de beweging doordacht, niet toevallig.
Drink In My Hand kiest eenvoud. Galmende rockgitaren en scherpe snare geven de ontlading na de werkweek een sterke omgeving. De hook doet precies wat nodig is. Het idee is niet nieuw. Church brengt het zonder het arrangement tot een lege omtrek rond het refrein te maken.
Ook rustig materiaal werkt. Hungover & Hard Up legt een stevig drumpatroon onder een goed gevormde melodie. Het relatie-einde weegt meer dan het bekende onderwerp suggereert. I'm Gettin' Stoned maakt van een breuk opnieuw een drinklied. Humor voorkomt dat de uitvoering alleen zelfmedelijden wordt.
Springsteen toont het duidelijkst hoe herinnering de muziek stuurt. Het verbindt een vroegere relatie met de songs van toen. Het viert niet alleen een beroemde naam. Het sentiment wordt soms zoet. Melodie en voordracht maken het gevoel begrijpelijk.
Homeboy is moeilijker. Zware gitaar en percussie maken indruk. Het contrast tussen twee levenswijzen is te versimpeld. Die afstand tussen muzikale verbeelding en een eenvoudiger blik is een beperking. Ook de herhaalde outlawgebaren kunnen vermoeien.
Toch biedt Chief meer dan bekende poses. Akoestische details, stevige ritmes en ruwe gitaren ondersteunen meestal sterke, toegankelijke songs. Church hoeft countryrock niet opnieuw uit te vinden om indruk te maken. Goed schrijfwerk en inventieve productie geven bekend materiaal genoeg doel. Het overtuigt, al frustreert het soms.
