Time (The Revelator)
Gillian Welch maakt op Time (The Revelator) met weinig instrumenten een ruime plaat. Zij en David Rawlings geven de songs vorm met akoestische gitaren, af en toe banjo en hechte stemmen. De muziek is rustig, maar de teksten reiken verder dan een beperkt idee van traditionele folk. Het geduld is een van de grootste kwaliteiten.
Revelator opent met een bijzonder nauwe verbinding tussen de uitvoerders. De samenzang geeft een lichte echo rond Welchs leadstem. Gitaarlijnen bewegen soepel samen. Er blijft genoeg ruimte om kleine verschillen tot het middelpunt van de song te maken.
My First Lover zet de banjo vooraan. Een ouder muzikaal geluid blijft rond directere, hedendaagse teksten staan. Red Clay Halo voegt welkom meer beweging toe. De lichte energie contrasteert zonder de akoestische samenhang te verbreken.
I Want to Sing That Rock and Roll maakt de belangstelling voor rock duidelijk. De live-opname heeft een directe opleving in stemmen en spel. Het verlangen uit de titel krijgt een overtuigende muzikale vorm. Elektrische instrumenten zijn voor die energie niet nodig.
Dear Someone geeft de zoektocht naar een blijvende verbinding een trage, tedere melodie. April the 14th Part 1 en Ruination Day Part 2 verbinden de bredere belangstelling voor geschiedenis en herinnering.
I Dream a Highway voert de zwervende aanpak het verst door. De lange afsluiter ontwikkelt zich met terugkerende coupletten en ongehaast gitaarspel en vraagt veel aandacht. De lengte is mogelijk veeleisend. Door de zachte beweging wordt het toch een effectief einde, niet een los bewijs van ambitie.
Time (The Revelator) slaagt door de zorg binnen de ingehouden uitvoeringen. Lange passages vragen geduld, maar de beste songs rechtvaardigen die aandacht. Het is doordachte Americana met een duidelijke identiteit en veel om onder de rustige buitenkant te ontdekken.
