Unmaker

Unmaker

LLNN heeft op Unmaker niet veel tijd nodig om ter zake te komen. Het derde album van de Deense band verbindt ruwe gitaren, zware bas en drums met elektronica die alles onrustiger maakt. De plaat is intens, maar de details rond de zware partijen geven meer karakter dan volume alleen.

“Imperial” begint meteen krachtig. Christian Bonnesens harde zang past bij de druk van de gitaren. De ritmesectie maakt elke verandering stevig. De productie blijft helder genoeg om instrumenten hun eigen plek te laten houden, ook wanneer de hele band hard duwt.

Elektronica bepaalt de identiteit. Ketil G. Sejersen gebruikt bewerkte opnamen van industrieel gereedschap. Ze geven extra ruwheid en ongemak aan de arrangementen. Dat sluit aan bij belangstelling voor technologie en macht. De klanken voelen niet achteraf als versiering toegevoegd.

“Obsidian” en “Forger” verbinden die lagen goed met de band. Gitaren blijven direct, maar het geluid eromheen voorkomt vlakheid. “Interloper” laat spanning geleidelijk groeien voordat de zwaarte overneemt. Door het tempoverschil krijgt de impact een reden.

Ook korte stukken tellen. “Vakuum” biedt een onrustige elektronische pauze. “Resurrection” sluit beschouwender af. “Tethers” legt de nadruk anders op de bas en verbreedt zonder ineens comfortabel te worden.

Er blijft wel een grens aan hoeveel variatie deze aanpak kan bieden. Het blijft donker en sommige patronen gaan bekend van sfeer naar verpletterende riff. Wie heldere melodieën of veel emotionele breedte zoekt, krijgt weinig verlichting.

Toch werkt Unmaker doordat LLNN zijn gerichte klank genoeg intern detail geeft. Songs sluiten aan, rust heeft een doel en het zware blijft helder. Voor wie krachtige metal met zorgvuldig gebouwde sfeer wil, is dit een sterke keuze.