City of Gold

City of Gold

City of Gold laat horen wat Molly Tuttle en Golden Highway kunnen wanneer de songs rond een vaste band zijn gevormd. De bluegrass wordt snel en precies gespeeld, maar voelt zelden als een demonstratie. Gitaar, viool, mandoline en banjo geven ideeën aan elkaar door, terwijl Tuttle de verhalen helder houdt. De sterkste songs maken dat samenspel moeiteloos.

El Dorado zet de sfeer met een verhaal over goudkoortsambitie. Het verleden past bij een plaat over plaatsen, reizen en verlangen naar iets net buiten bereik. Where Did All the Wild Things Go? brengt die onderwerpen dichter bij nu. De veranderende omgeving krijgt een ongeduldiger reactie.

San Joaquin maakt het spelplezier bijzonder duidelijk. Banjo drijft het levendige ritme aan. Het arrangement beweegt volop zonder de melodie te verbergen. Down Home Dispensary profiteert ook van een snelle, speelse aanpak. In die vlotte songs overtuigt het zelfvertrouwen van de band het directst.

De rustige verhalen geven een andere kant. Yosemite koppelt Tuttle aan Dave Matthews in een wals over een relatie die tijdens een reis uiteenvalt. De aantrekkelijke omgeving tegenover falend contact geeft duidelijke emotionele spanning. When My Race Is Run denkt beschouwender over sterfelijkheid. De band kan dus net zo goed ruimte laten als die vullen.

Alice in the Bluegrass verplaatst een bekende fantasie naar het zuiden. De lichtheid past naast ernst en heldere zang verbindt beide. Next Rodeo vindt een middenweg door veranderende relatiekansen binnen een traditionele stijl persoonlijk te maken.

De levendige songs blijven meestal sterker hangen dan de afgemeten passages. Niet elke tekstwending voelt even fris en het traditionele kader blijft herkenbaar. De aantrekkingskracht komt uit hoe natuurlijk de groep daarbinnen werkt. City of Gold verwelkomt ook wie zelden bluegrass kiest met melodie, gevoel en detail. Bestaande fans krijgen een band waarvan de chemie de muziek verder draagt.