Ascension
Op Paradise Lost kun je rekenen als het om ellende gaat. Op Ascension klinkt die verrassend levendig. De gitaren zijn zwaar, Nick Holmes wisselt cleane zang af met een veel rauwere aanpak en de melodieën geven het duister een duidelijke vorm.
Serpent on the Cross is een uitstekende opener. De leadgitaar van Gregor Mackintosh voegt schoonheid toe aan een nummer met een uitgesproken onheilspellende basis. Dat contrast is een van de sterkste middelen van de band en werkt hier bijzonder goed. Daarna legt Tyrants Serenade meer nadruk op Holmes' cleane stem, waardoor de plaat je op een andere manier weet vast te houden.
Silence Like the Grave valt traag en krachtig aan, terwijl Sirens ritmisch directer vooruitgaat. De verschillen zijn klein genoeg om de samenhang te bewaren, maar groot genoeg om niet elk nummer dezelfde functie te geven. Paradise Lost heeft tientallen jaren aan eigen geluid om uit te putten en gebruikt die mogelijkheden verstandig.
Salvation is een hoogtepunt. Het trage, zware tempo geeft de gitaarmelodie veel ruimte. De verwijzing naar Chopins dodenmars past bij de omvang van het nummer zonder af te leiden. Het clean gezongen refrein versterkt het contrast. Zo weet de band met bijzonder donkere middelen toch iets te maken dat blijft hangen.
Lay a Wreath Upon the World groeit vanuit een ingetogen, akoestisch begin. Die geleidelijke opbouw raakt op een andere manier. Het arrangement laat horen hoeveel de band kan bereiken als een nummer de tijd krijgt om zich te ontwikkelen.
De plaat blijft binnen de vertrouwde gothic doom. Een grote stijlbreuk hoef je dus niet te verwachten. De kracht zit juist in het zelfverzekerde spel en de variatie binnen dat geluid. Verderop geeft ook Deceivers de reeks een welkome energiestoot.
Ascension is een stevige, zorgvuldig geschreven plaat met verschillende uitschieters. Beweging en melodie houden de bekende duisternis uitnodigend. Paradise Lost weet nog altijd hoe je van een sombere dag iets prettigs maakt.
