Dust
Halo of Ashes heeft het gewicht van hardrock en de beweging van iets vreemders. De gitaren cirkelen in plaats van alleen aan te vallen. Mark Lanegan geeft de melodie een donker, vast middelpunt. Dust zet Screaming Trees' psychedelische neigingen in enkele van hun helderste composities.
All I Know laat dat sterk horen. De melodie komt direct binnen, maar de lagen eromheen maken meer dan radiovriendelijke rock. De band klinkt hecht zonder de gitaarklank glad te schuren. Gary Lee Conner geeft kleur én kracht. De ritmesectie houdt die details in beweging.
Lanegan bepaalt de balans. Zijn lage stem suggereert uitputting zonder passief te worden. Een frase kan de stemming van een hele passage veranderen. Instrumenten hoeven niet volledig terug om de zang haar punt te laten maken. Veel aantrekkingskracht zit in hoe de band die stem omringt zonder haar in te sluiten.
Dying Days wordt breder. Benmont Tenchs toetsen en Mike McCready's gitaarbijdrage vergroten de song, maar de hoofdmelodie blijft helder. Traveler is rustiger en bewaart de onrust terwijl het versterkte gewicht afneemt. De plaat voelt daardoor ruimer dan de tien songs doen vermoeden.
Sommige passages werken meer via opgestapelde sfeer dan een scherpe melodie. Gelijkmatige tempi en Lanegans lage register kondigen veranderingen ook niet steeds aan. Daardoor kan een eerste luisterbeurt minder afwisselend voelen dan het instrumentale detail werkelijk is. De beloning zit vaak in gitaarlagen en hoe de zang ertussen landt.
Dust combineert zware rock, folkklanken en psychedelische beweging bijzonder zelfverzekerd. De sterkste songs zijn toegankelijk zonder voor de hand te liggen. Beschouwende momenten houden fysieke aanwezigheid. Het eigen karakter komt het duidelijkst door wanneer al die elementen in dezelfde song zitten.
