Dreams on Toast
The Darkness is nog steeds erg goed in onzin. Gelukkig kan de band ook nummers schrijven. Dreams on Toast heeft genoeg sterke melodieën en gitaarwerk om voor de grappen te blijven zitten, ook wanneer sommige wat langer doorgaan dan nodig.
Rock and Roll Party Cowboy geeft een aardig beeld van de stemming. De riff is groot, de houding nog groter en Justin Hawkins weet duidelijk hoe belachelijk het allemaal is. De band speelt het met volledige overtuiging. Dat maakt het verschil tussen een vermakelijk rocknummer en alleen maar wat clichés aanwijzen.
I Hate Myself gaat sneller en verpakt een scherp, zelfkritisch idee in een energiek refrein. Het is een van de betere songs, mede doordat er iets achter de uitvoering zit. Hawkins kan een zin grappig maken zonder het gevoel eronder kwijt te raken. Zijn stem blijft een opmerkelijk instrument, ook wanneer die het hoorbaar veel te veel naar zijn zin heeft.
Ook The Longest Kiss is een hoogtepunt. De heldere piano en gelaagde melodie geven het een echte popveerkracht. De gitaren houden de verbinding met de rest van de plaat vast. Don't Need Sunshine neemt een rustiger, gestaag tempo en geeft het refrein tijd om te groeien. Er zit meer variatie in dan de opener doet vermoeden.
Niet iedere omweg overtuigt even goed. Het countrysmaakje van Hot on My Tail biedt een ander decor, maar de nieuwigheid is iets eerder uitgewerkt dan het nummer zelf. Soms heeft deze plaat iemand nodig die durft te zeggen dat iedereen zich even wat minder moet vermaken.
Walking Through Fire vindt de balans weer. Het is direct, aanstekelijk en zit vol gitaardetails die deze band ook buiten de humor de moeite waard maken. Het geeft de plaat bovendien een sterk laat hoogtepunt.
Dreams on Toast is soms wisselvallig, maar heeft nooit gebrek aan karakter. De beste nummers zijn erg goed. Dankzij de uitvoeringen zijn zelfs de zwakkere ideeën aangenaam gezelschap. Zoveel gekkigheid mag best, als de muzikanten er ook iets tegenover zetten.
