Shangri-La Dee Da

Shangri-La Dee Da

Shangri-La Dee Da heeft genoeg goede melodieën om zijn onzekerheid frustrerend te maken. Stone Temple Pilots gaat nog gemakkelijk van een harde riff naar een mooi gearrangeerde popsong. Onduidelijker is hoe alles naast elkaar moet staan.

Dumb Love opent stevig met lage gitaren en zang die in de groove duwt. Coma trekt vergelijkbaar fysiek aan. Het harde is snel gevestigd, maar licht materiaal blijkt interessanter. Days of the Week is kort en aanstekelijk. De vaart lijkt bijna te graag door de ideeën heen te willen.

Wonderful geeft rust. Akoestiek legt Scott Weiland bloot. De groeiende intensiteit werkt doordat de melodie haar draagt. Hello It's Late is beter: bas en beheerste gitaar geven zachte voorwaartse beweging. Het is zorgvuldig zonder steeds op zorgvuldigheid te wijzen.

Black Again profiteert ook van stemlagen en droomsfeer. Hier telt het kleuroor van de broers DeLeo. Instrumenten maken een melodie vreemd én uitnodigend. Pop hoeft niet elk refrein groter dan het vorige te maken.

Minder ontwikkeld materiaal staat naast dit zekere werk. Enkele zware passages houden het bij bekende riffs en houding. Sommige rustige songs veranderen stemming zonder een idee toe te voegen. Stijlwisselen lukt beter dan een gezamenlijke richting bouwen. Losse nummers zijn makkelijker aan te bevelen dan de reeks.

Spel en zangdetails bieden nog veel. Hollywood Bitch geeft nuttige vaart. Rustig schrijven laat een expressieve kant van Weiland horen die ruimte verdient. Shangri-La Dee Da haalt de fantasierijkste albums niet, maar de betere songs tonen hoe sterk het melodiegevoel bleef.