Fission
Fission maakt persoonlijke onzekerheid bijna tastbaar. Dead Poet Society geeft de gitaren een dikke, vervormde klank en houdt de bas eronder in beweging. Jack Underkoflers stem kan ruim boven het arrangement uitstijgen. De plaat werkt het best wanneer dat contrast spanning oproept. Een song kan zelfverzekerd klinken terwijl de persoon erin veel minder zeker van zichzelf is.
“5:29:45” opent met een krachtig ritme dat telkens stopt en weer inzet. Door de stiltes komt de terugkerende riff harder aan. De meerstemmige zang geeft het refrein een duidelijke lijn. Ook “Hard To Be God” is een hoogtepunt. Gesproken en gezongen frasen wisselen elkaar af boven een ruwe gitaarpartij. De blik op het ego blijft speels genoeg om geen preek te worden. De band laat ook het ritme een deel van de houding uitdrukken, in plaats van alles aan de tekst over te laten.
“HURT” zoekt een directere ontlading, met percussie en zware gitaar. “Uto” biedt waardevolle afwisseling door een melodieuzere zangpartij. Underkoflers hoge register klinkt daardoor vooral expressief, niet alleen indrukwekkend. Het rustigere “Tipping Point” laat de emoties op een ingetogener schaal horen. Dat helpt, want meerdere hardere songs gebruiken vergelijkbare patronen van zwaarte en ontlading. Het geluid is herkenbaar, maar niet iedere track krijgt binnen dat geluid een duidelijke eigen functie.
De productie werkt bijzonder goed wanneer er ruimte rond een riff blijft. “81 Tonnes” en afsluiter “Black and Gold” profiteren daarvan. Die laatste geeft het album een theatrale slotwending wanneer Underkofler van stemregister wisselt. Fission is minder gevarieerd dan de afzonderlijke uitvoeringen aanvankelijk doen vermoeden. Sommige hooks zijn eerder degelijk dan memorabel. Toch weet de band een groove spannend te maken zonder dat je de draad kwijtraakt. De sterkste songs gebruiken contrast doelgericht. Een stilte, een helderdere melodie of een andere zangklank kan daarin net zo belangrijk worden als de volgende zware inzet.
