The Boy Who Died Wolf

The Boy Who Died Wolf

The Boy Who Died Wolf overtuigt meer wanneer Highly Suspect een sfeer kiest dan wanneer de band zijn veelzijdigheid wil tonen. Zware gitaarrock, atmosferische passages, elektronica en een pianoballad wisselen af. Johnny Stevens kan ze met zijn stem verbinden. Niet elke song geeft die stem een even duidelijk doel.

My Name Is Human opent sterk. De riff trekt langzaam en zwaar. Stevens zingt beheerst en ritmisch scherp, waardoor de latere ontlading echt gewicht krijgt. Look Alive, Stay Alive verandert kort en agressief het tempo. Het contrast helpt. De band leeft meer als de benaderingen op elkaar reageren. Little One heeft een bekendere melodische vorm, maar de sterke melodie laat die directheid werken.

Serotonia neemt meer tijd voor het ongemakkelijke, door grunge beïnvloede geluid. De sfeer overtuigt meer dan sommige provocerende woorden, die van het gevoel eronder afleiden. Viper Strike heeft hetzelfde probleem wanneer woede bewust grof wordt in plaats van preciezer. De elektronische herhaling van F.W.Y.T. is een zwakkere omweg. Er gebeurt minder dan in het omliggende bandmateriaal. Experimenteren is welkom, maar levert niet altijd een interessante song op.

De laatste twee nummers geven een betere bestemming. Chicago laat Stevens open horen boven piano en veel theatralere zang. Wolf groeit uit een zacht begin naar een lang, krachtig gitaarslot. De heldere ontwikkeling verdient de omvang en geeft de muzikanten meer te doen dan nog een refrein ondersteunen. De plaat blijft wisselvallig. Verschillende ideeën werken los beter dan in de volgorde. Toch beheersen de sterke songs spanning en ontlading. Wolf slaagt het duidelijkst doordat de ambitie uit het arrangement groeit, niet uit de houding eromheen.