Purple
Interstate Love Song duurt nauwelijks meer dan drie minuten. Het heeft een prachtig gitaarbegin, een refrein dat precies op tijd lijkt te komen en genoeg beweging om die minuten volledig te benutten. Op Purple staan zwaardere nummers, maar hier hoor je het duidelijkst hoe goed Stone Temple Pilots liedjes schrijft.
Hun tweede album is gevarieerder dan het eenvoudige etiket grunge doet vermoeden. Vasoline heeft een strakke, zeurende riff en een heerlijk compacte vorm. Big Empty neemt een tragere route, van bluesachtige gitaarpassages naar een veel zwaarder refrein. Scott Weiland past zijn zang aan iedere omgeving aan. Hij kan flink doorduwen, maar weet ook wanneer een zachtere, ontspannener stem meer voor een nummer doet.
Die flexibiliteit hoor je ook buiten de singles. Still Remains is warm en melodieus, zonder het dikke gitaargeluid kwijt te raken. Pretty Penny neemt er meer afstand van en geeft met akoestisch spel een ander tempo aan het midden van de plaat. Een welkome wisseling. Als alles even zwaar zou aanvallen, zouden de beste riffs minder indruk maken.
Er blijft genoeg herrie over. Meatplow brengt de plaat met een stevige stamp op gang. Unglued levert een korte, rauwe uitbarsting wanneer wat extra snelheid nodig is. Dean DeLeo kan zwaar, kleurrijk of verrassend licht spelen, vaak zonder de aandacht van de zang weg te trekken. De band begrijpt wanneer een detail iets toevoegt en wanneer je een refrein beter met rust kunt laten.
Sommige vollere tracks pakken minder snel dan de singles. Een paar bekende alternatieve-rockgewoontes blijven ook aanwezig. Purple blijft je niet voortdurend verrassen. Het biedt wel een bijzonder constante reeks nummers met een eigen karakter, waarin kracht en melodie gemakkelijk afwisselen. De hits zijn een prima kennismaking, maar maken de rest niet overbodig. Wie Stone Temple Pilots alleen van de radio kent, moet ook de andere nummers van dit album eens opzetten.
