Ten
Pearl Jam pakt op zijn eerste album groot uit. Grote gitaren, grote gevoelens, grote refreinen. Ten doet niet alsof het liever ergens anders wil zijn. Het wil de achterkant van de zaal bereiken en Eddie Vedder heeft daar de stem voor.
Alive is het duidelijke voorbeeld. De gitaarlijn herken je meteen, het refrein opent breed en Mike McCready's solo geeft de song een laatste duw omhoog. Het verhaal eronder is problematisch, maar de muziek brengt een opmerkelijk gevoel van bevrijding. Even Flow is onrustiger. De losse groove laat de band rond Vedder bewegen in plaats van hem alleen te volgen. Deze songs zijn heel vaak gedraaid. Hun opbouw verklaart nog steeds waarom.
Op Black komt het emotionele gewicht echt aan. Het bouwt zorgvuldig op en geeft de zang ruimte om van beheerst verdriet naar iets moeilijk te bedwingen te groeien. Het slot is enorm, maar kan ergens heen doordat de eerste minuten niet alles weggeven. Jeremy werkt anders. Het gespannen arrangement en de krachtige zang maken een toch al verontrustend verhaal moeilijk te negeren.
Ook buiten die bekende titels is er genoeg kracht. Why Go klinkt scherp en boos. Porch geeft de gitaren ruimte om los te gaan. Soms klinkt de band bijna te gretig, maar die gretigheid hoort ook bij de aantrekkingskracht. Niemand lijkt bang om te geïnteresseerd over te komen.
De oorspronkelijke productie verraadt haar leeftijd het duidelijkst. De galm zet een grote, glanzende ruimte rond muziek die al groot genoeg is. Dat kan de aanval verzachten en latere songs wat zwaarder laten bewegen. Het spel breekt daar toch doorheen. Ten is een opvallend zelfverzekerd debuut. Gitaarsolo's en open gevoelens uit klassieke rock krijgen een onrustigere omgeving. Wie alternatieve rock met sterke melodieën en wat drama zoekt, vindt hier genoeg.
